6. Invoer leerlingen

Op dit blad kunnen de historische en verwachte teldata worden ingevoerd. In de begrotingsmodellen voor het SBO en (V)SO is er één invoermogelijkheid, het model voor het reguliere PO kent twee mogelijkheden: een invoer van de teldata (onderverdeeld in onder- en bovenbouw) en een invoer per leeftijdsjaar. De invoer per leeftijdsjaar is erg bruikbaar als je middels het model op basis van historische trends een prognose wilt bouwen. Op ons Youtube-kanaal staat een filmpje waarin dit verder wordt getoond.

Na het invoeren van de leerlingaantallen moeten de gewichtenleerlingen worden geregistreerd. Dit is ten behoeve van het berekenen van de inkomsten vanuit BOA: bestrijding onderwijsachterstanden. De subsidie impulsgebieden wordt niet automatisch berekend, dit moet handmatig worden ingevoerd bij de inkomsten. Ook het aantal NOAT-leerlingen is van belang voor het berekenen van een kleine component hiervoor in de materiële instandhouding. Bij de modellen voor SBO en (V)SO zijn de zogenaamde Cumi-leerlingen (culturele minderheid) van belang om op te geven.

Tenslotte dient ook de gewogen gemiddelde leeftijd per vorige teldatum opgegeven te worden. Deze GGL is mede bepalend voor de hoogte van de lumpsum, alhoewel dit met name bij de modellen voor PO en SBO merkbaar is. De bekostiging voor (V)SO is veel minder van deze gemiddelde leeftijd afhankelijk. Het model rekent op basis van de personele invoer de GGL automatisch uit, maar omdat we in het onderwijs met een zogenaamde t-1 systematiek werken (de bekostiging voor jaar 2017 wordt bepaald op basis van de variabelen van 2016) is voor het eerste begrotingsjaar (feitelijk alleen voor de eerste zeven maanden daarvan, namelijk het deel van het eerste schooljaar in de begroting dat meetelt in genoemd kalenderjaar) altijd de gemiddelde leeftijd van het jaar daarvoor nodig. Omdat het onzinnig zou zijn de personele bezetting van vorig jaar in te voeren enkel om er de leeftijd van te berekenen, is dit getal als harde invoer opgenomen. De t-1 GGL (om het even in vaktermen uit te drukken) kan altijd teruggevonden worden op de beschikking van Cfi voor het lopende schooljaar.

Omdat er in het verleden een paar keer een forse loonstijging werd doorgevoerd nadat er een aantal jaar sprake was geweest van de nullijn (feitelijk een soort inhaalbeweging) is er ook een mogelijkheid opgenomen om voor het eerste begrotingsjaar een loonstijging automatisch door te laten rekenen. Deze loonstijging wordt dan ook in de budgetten verwerkt. Hoewel dit altijd een grofmazige benadering is, is het bij indexaties van bijvoorbeeld 4% beter om ze wel mee te nemen omdat er anders gedurende het boekjaar telkens verschillen ten opzichte van de begroting verklaard moeten worden terwijl dat dus niet nodig was geweest.